De afgelopen 15 jaar is de S&P 500 gedragen door de sterke prestaties van enkele grote techbedrijven. De keerzijde is dat beleggers met een tracker op de Amerikaanse hoofdindex wel erg afhankelijk zijn geworden van een handjevol bedrijven. Biedt de S&P 500 Equal Weight Index – waar alle 500 bedrijven een gelijke weging hebben – daarvoor uitkomst?
Na twee uitzonderlijk goede jaren, waarin de S&P 500 index steeg met meer dan 25 procent per jaar, lijkt het even tegen te zitten. De aandelenindex met de 500 grootste Amerikaanse bedrijven daalde in korte tijd met 10 procent.
Vooral in de hoek van de technologiebedrijven vallen klappen. Prominente verliezers zijn chipontwikkelaars Nvidia en Broadcom. Sinds de introductie van het Chinese AI-model DeepSeek heersen er twijfels of voor AI-toepassingen nog wel grote hoeveelheden dure chips nodig zijn. Dit tweetal staat sinds het begin van dit jaar zo’n 15 procent lager.
Ook de koers van Alphabet staat onder druk (dit jaar min 13 procent). Het moederbedrijf van Google wil miljarden blijven investeren in AI,
maar de lancering van allerlei chatbots als ChatGPT en DeepSeek dreigt de eigen zoekmachine minder relevant te maken. Om van autobouwer Tesla (min 30 procent) nog maar te zwijgen. Daarbovenop komt nog de dreiging van Trumps tarievenoorlog tussen de Verenigde Staten en de rest van de wereld.
Ondanks de daling van de afgelopen weken, maken de grootste bedrijven nog steeds de dienst uit op de Amerikaanse beurs. Door het beurssucces van bedrijven als Microsoft, Apple en Nvidia vertegenwoordigt de top 10 nog altijd meer dan 35 procent van de waarde van de S&P 500.
Beleggers die op zoek zijn naar alternatieven – met meer spreiding – komen bijvoorbeeld uit bij de S&P 500 Equal Weight Index. De S&P 500 wordt samengesteld op basis van marktwaardes (bedrijven met een hogere beurswaarde krijgen een zwaardere weging). Bij de gelijkgewogen variant hebben alle 500 bedrijven dezelfde weging van 0,2 procent. Ieder kwartaal – bij de zogenaamde herweging – worden de bedrijven weer op dat percentage van 0,2 procent gezet. De aandelen van bedrijven die in de tussentijd zijn gestegen worden (deels) verkocht en de dalers werden bijgekocht.
Wie naar de rendementen op de lange termijn kijkt, ziet dat deze index het zelfs beter heeft gedaan dan de reguliere S&P 500. Het gelijkgewogen mandje bracht sinds de eeuwwisseling in totaal 723 procent op, tegenover 516 procent voor de S&P 500 (rendement inclusief dividend).
Tijd om dieper in de gelijkgewogen index te duiken. Een analyse van de S&P 500 Equal Weight Index in drie bedrijven.
In de laatste kwarteeuw verslaat de gelijkgewogen index de reguliere S&P 500
Bron: Bloomberg. Cumulatief rendement – inclusief herbelegde dividenden – in procenten.
1. Waar krijgt een belegger blootstelling aan?
Eén groot verschil tussen de reguliere en de gelijkgewogen variant springt eruit: de gelijkgewogen variant is minder afhankelijk van technologiebedrijven (31 procent versus 13 procent) en ook bedrijven uit de communicatiesector zijn minder zwaar vertegenwoordigd. Het gaat in die sector om namen als Alphabet (eigenaar van Google), Meta (Facebook, Instagram en WhatsApp) en Netflix.
De onderweging van tech en communications betekent dat andere sectoren een grotere rol spelen. Het hele idee achter de equal weight index is dat er een relatief hogere weging wordt gegeven aan sectoren die vertegenwoordigd zijn in de S&P500 met een groot aantal bedrijven.
Denk hierbij aan de industriële sector en de financiële sector, die elk meer dan 70 verschillende bedrijven in de S&P 500 hebben. Bij de financials gaat het bijvoorbeeld om banken als JPMorgan en Bank of America. Ook de vastgoed- en nutsbedrijven zijn in aantallen goed vertegenwoordigd in de S&P en krijgen daardoor een zwaarder belang in de gelijkgewogen index.
De gelijkgewogen index is een stuk minder afhankelijk van technologiebedrijven
Bron: S&P Global.
2. Biedt de Equal Weight Index bescherming tijdens een crisis?
Een index die minder afhankelijk is van één specifieke sector of een klein groepje bedrijven is per definitie beter gespreid. In een crisis zou zo’n index beter moeten presteren – althans, zo luidt het promotiepraatje van de aanbieders van etf’s die deze index volgen.
Maar dat blijkt niet eenduidig uit de resultaten van de gelijkgewogen index. Ook beleggers in de equal weight index krijgen bij een beursdaling verliezen om de oren. Als het écht crisis is op de beurs, gaan aandelen schouder aan schouder omlaag. Tijdens het klappen van de internetzeepbel in de periode 2000 tot 2003 daalde de S&P 500 index vanaf zijn recordstand zo’n 47 procent. De gelijkgewogen S&P 500 index ging in dezelfde periode met 34 procent onderuit.
Gedurende de kredietcrisis rond het jaar 2008 ging de equal weight index zelfs harder omlaag dan de S&P 500. Vanaf de top ging er bij de gelijkgewogen variant in tweeënhalf jaar tijd circa 60 procent vanaf, tegenover ‘slechts’ min 55 voor de S&P 500.
Ook bij de snelle daling na het uitbreken van de coronapandemie was de gelijkgewogen S&P 500 geen veilige haven. In een kleine maand verdampte bijna 40 procent van de beurswaarde. Ook dat verlies was groter dan van de reguliere index.
De equal weight index is niet per se beter bestand tegen een beurscrisis
Bron: Bloomberg. Rendement in procenten tijdens achtereenvolgens: augustus 2000 tot maart 2003 (internetzeepbel), oktober 2007 tot maart 2009 (kredietcrisis) en februari tot maart 2020 (coronacrisis).
3. Wanneer rendeert de gelijkgewogen index wél beter?
Toch heeft de equal weight index het sinds de eeuwwisseling beter gedaan. Wat is het geheim? Opvallend genoeg zijn de rendementen van de gelijkgewogen index het best als een crisis op zijn einde loopt. De jaren 2001(herstel van de dotcom-crash), 2010 (herstel van de kredietcrisis) en 2021 (herstel van de corona-duik) waren juist positieve uitschieters. Tijdens economisch herstel laten kleinere bedrijven vaak sneller een sterkere winstgroei zien dan de grote ondernemingen die de S&P 500 domineren.
Dat is te zien in de onderstaande grafiek die het verschil in rendement laat zien tussen de S&P 500 Equal Weight en de S&P 500, tijdens de voorafgaande twaalf maanden. Als het rendement van de gelijkgewogen index slechter was dan duikt de blauwe lijn in de grafiek onder het nulpunt. Zo presteert de S&P 500 sinds begin 2023 al beter dan de gelijkgewogen variant.
Aan het einde van een beurscrisis presteert de gelijkgewogen index het best
S&P Global. De blauwe lijn toont het verschil in rendement tussen de S&P 500 Equal Weight en de S&P 500, in de voorafgaande twaalf maanden. Waar de blauwe lijn boven de 0% staat, was het rendement van de S&P 500 Equal Weight -afgezet tegen het rendement van de reguliere S&P 500- groter.
Naast de blootstelling aan kleinere bedrijven en een betere spreiding binnen sectoren, gaven onderzoekers van S&P Global nog een reden voor de betere prestaties van de gelijkgewogen index in de laatste 25 jaar.
Hoewel beurzen over de lange termijn gemiddeld genomen stijgen, geldt dat zeker niet voor alle aandelen. Sterker nog: een klein aantal ondernemingen zorgt voor het grootste deel van het rendement. Bij marktgewogen indexen ligt de nadruk automatisch op bedrijven met een hoge beurswaarde. Beleggers krijgen daardoor meer blootstelling aan ondernemingen waarvan de markt hoge verwachtingen heeft — bedrijven met een ogenschijnlijk veelbelovende toekomst. De afgelopen tien tot vijftien jaar was deze strategie succesvol. Maar als naar een langere periode wordt gekeken, ontstaat een ander beeld.
Regelmatig vallen de werkelijke prestaties van de grote groeibedrijven tegen, zeker in verhouding tot hun torenhoge waarderingen. Dit fenomeen verklaart mede waarom zogenoemde waarde-aandelen — bedrijven met een lage koers-winstverhouding — het historisch gezien beter hebben gedaan dan groeiaandelen, die juist gekenmerkt worden door hoge waarderingen.
Door een groter deel aan veelal groeibedrijven te alloceren loopt een belegger het risico dat juist die bedrijven floppen. Dat probleem heeft de equal weight index niet.
De S&P 500 Equal Weight biedt dan ook mogelijkheden voor beleggers die wel willen investeren in Amerikaanse aandelen, maar dan zonder een hoge blootstelling aan Big Tech – want het risico is altijd dat dit de winnaars van gisteren zijn.
Welke ETF’s zijn beschikbaar? |
|