VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Terwijl de brievenbus leger raakt, blijft PostNL’s balans gevuld met optimisme. Het post- en pakkettenbedrijf twijfelt openlijk aan de levensvatbaarheid van zijn postdivisie. Toch blijft er 135 miljoen euro goodwill op de balans staan – met goedkeuring van de accountant, zij het met opgetrokken wenkbrauwen.

PostNL is in een haast uitzichtloze situatie beland. In hun terugblik op 2024 noemen topvrouw Herna Verhagen en haar opvolger Pim Berendsen het jaar een test van ‘weerbaarheid en aanpassingsvermogen’. Anders gezegd: de postdivisie verkeert in een diepe crisis.

Het aantal verstuurde brieven daalt met zo’n 7 tot 9 procent per jaar, terwijl personeelskosten en ziekteverzuim stijgen. Na een halvering van het operationele resultaat tot 19 miljoen euro over 2024 noemt het management het postonderdeel ‘niet levensvatbaar’ – tenzij de overheid de postwet aanpast.

PostNL wil brieven niet meer binnen één dag bezorgen, zoals de wet bepaalt, maar binnen twee dagen. Alleen dan kunnen de kosten omlaag. PostNL dringt al maanden aan op een wijziging van deze postwet (universele postdienst, UPD), maar uitzicht daarop is er nog niet. De Tweede Kamer wil er nog niet aan en er loopt momenteel een onderzoek van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) dat als basis moet dienen voor een toekomstvisie op de postdienstverlening. Zolang er geen aanpassing is, wil PostNL financiële steun van de overheid om “de kosten te dekken die het verplicht moeten maken om aan de UPD-vereisten te voldoen”. Voor het lopende jaar wil het 30 miljoen euro en in 2026 nog eens 38 miljoen euro. Maar ook daar stuit het op een nee van ‘Den Haag’.

De brievenbus wordt een kostenpost: winst daalde ruim 60 procent ten opzichte van piek in 2021

Bron: jaarverslagen PostNL.

Papieren waarde postonderdeel onveranderd
Wie in de jaarrekening duikt, zou niet direct vermoeden dat de posttak op instorten staat. Op de balans staat al vijf jaar lang precies 207 miljoen euro aan goodwill. PostNL voerde ondanks de almaar verslechterde vooruitzichten al die jaren geen enkele afwaardering op die balanspost door.

Goodwill is eenvoudig gezegd het bedrag dat een bedrijf extra betaalt bij een overname, bovenop de waarde van wat er daadwerkelijk wordt gekocht (de zogenaamde netto identificeerbare activa). In PostNL’s geval gaat het grotendeels om de overname van Sandd in 2019, destijds de nummer twee in de Nederlandse postmarkt.

Die overname was geen groeistrategie, maar een verdedigingsactie. De briefpost liep al terug, en met één netwerk hoopte PostNL de bezorging betaalbaar en efficiënt te houden. ‘Betrouwbaar, toegankelijk en betaalbaar’, zo stond het destijds in het jaarverslag. Sandd was verlieslatend en de eerdergenoemde reële waarde van de overgenomen bezittingen was lager dan de verplichtingen. Om precies te zijn was het eigen vermogen bij de overname 63 miljoen euro negatief, zo blijkt uit de noot over de boekhoudkundige verwerking in het jaarverslag 2019. PostNL betaalde toch 65 miljoen euro. Daardoor kwam het verschil tussen beide bedragen - 128 miljoen euro – als goodwill op de balans.

Volgens het jaarverslag was dat gerechtvaardigd, vooral vanwege ‘verwachte synergievoordelen’. PostNL kreeg er destijds zo’n 30 procent aan postvolume bij. Maar door de aanhoudende krimp in briefverkeer zijn die extra volumes inmiddels weer verdwenen.

Toch is de goodwill op de bedrijfsbalans merkwaardig genoeg een statisch cijfer gebleken. Voor het eerst merkt controlerend accountant KPMG de waardering van goodwill aan als ‘key audit matter’ – een kernpunt van de controle. De bijbehorende aannames zijn volgens KPMG ‘optimistisch, maar nog binnen een redelijke bandbreedte’. 

Goodwill postdivisie onveranderd hoog ondanks marktaftakeling

Bron: jaarverslagen PostNL

Beperkte headroom
Volgens de internationale boekhoudregels (IFRS) hoeft een bedrijf niet op goodwill af te boeken zolang het elk jaar kan aantonen dat de waarde nog gerechtvaardigd is. Daarvoor gebruikt PostNL een eigen waarderingsmodel aan de hand waarvan het de toekomstige verdiencapaciteit berekent. De accountant controleert of de aannames en schattingen die het bedrijf in dat ‘complexe model’ gebruikt wel hout snijden.

Opvallend is dat KPMG dit jaar voor het eerst expliciet waarschuwt voor de goodwillpost. In de kleine lettertjes van het jaarverslag staat waarom. Het management van PostNL gaat er in zijn scenario vanuit dat de postwet verandert, en dat het bedrijf vanaf 2026 brieven binnen twee of - op een later moment zelfs binnen drie - dagen mag bezorgen. Alleen dan zouden er voldoende kosten bespaard kunnen worden. Maar zelfs onder dit gunstige scenario is de ruimte beperkt. De uitkomst van de waarde van het postonderdeel ligt slechts 16 miljoen euro boven de boekwaarde. Blijkt een aanname over volumes of kosten iets te rooskleuring dan is een afboeking op de goodwill onvermijdelijk. En dat risico is reëel.

PostNL’s aanname van 5 procent daling oogt optimistisch in historisch perspectief

Bron: jaarverslagen PostNL. Bezorgde poststukken in miljarden. Volumeontwikkeling geeft de organische daling van de postvolumes weer (zonder overnames).

PostNL rekent vanaf 2029 met een structurele volumedaling van 5 procent per jaar. De afgelopen twintig jaar lag die daling hoger, coronajaar 2021 uitgezonderd. Als de daling een procentpunt hoger uitvalt – dus 6 procent – dan zakt de waarde van de postdivisie met 25 miljoen euro. Dat is fors, want de ‘headroom’ tussen de berekende waarde en de boekwaarde bedraagt slechts 16 miljoen euro. Met andere woorden: een iets pessimistischer scenario leidt direct tot een afboeking.

Ook andere aannames zijn aan de optimistische kant. Zo gebruikt PostNL een relatief lage discontovoet (na belasting) van 6,5 procent om verwachte kasstromen naar vandaag terug te rekenen. Als die op een meer realistische 8,5 procent wordt gezet – in lijn met het hogere risicoprofiel van een krimpende postmarkt – zou de waarde ook al onder de boekwaarde uitkomen, zo blijkt uit een gevoeligheidsanalyse in het jaarverslag.

De goodwill is volgens de laatste jaarrekening nagenoeg gelijk aan het eigen vermogen (205 miljoen euro). Met een matige kasstroom en een laag weerstandsvermogen (solvabiliteit) van 9,5 procent kan PostNL eigenlijk geen stootje hebben. Ook voor het dividend is het buffervermogen van belang. Voorwaarde voor een uitkering is dat PostNL een positief eigen vermogen heeft.

Geschuif
De jaarlijkse test op waardevermindering van goodwill wordt uitgevoerd op wat in jargon heet de kasstroomgenererende eenheden (CGU’s). Afgelopen jaar heeft PostNL die indeling aangepast. Vanaf 2024 valt het onderdeel PostNL Data Solutions onder de CGU Pakketten en niet meer onder CGU Post in NL zoals in de jaren daarvoor. Volgens PostNL zijn de data-activiteiten ‘in toenemende mate ondersteunend aan de e-commercesector’. Het gevolg is dat 31 miljoen euro aan goodwill verschuift van het segment post naar pakketten. Bij dit soort wijzigingen dringt zich altijd de vraag op of dat geschuif misschien ook niet is bedoeld om een afboeking te vermijden. Het pakketsegment is winstgevender en kent een gunstiger groeiperspectief, wat de kans op een afwaardering verkleint.

Post zorgt voor hoofdpijn in de boeken

I       Hoge voorziening
PostNL heeft een relatief hoge voorziening aangelegd voor claims en risico’s. Dit bedrag steeg van 13 miljoen euro vorig jaar tot 24 miljoen euro bij de meest recente jaarafsluiting. De voorziening raakt het resultaat en leidt in de toekomst mogelijk tot een kasuitstroom.

Die balanspost hangt onder andere samen met het niet kunnen voldoen aan de voorgeschreven kwaliteit van de postbezorging. Deze kwaliteitseis is vastgelegd in de Nederlandse Postwet stammend uit 2009. Minimaal 95 procent van de gereguleerde consumentenpost moet binnen een dag worden bezorgd. PostNL levert al zes jaren op rij slechte kwaliteit af. In een noot bij de jaarrekening schrijft het bedrijf dat dit komt door “omstandigheden buiten haar controle, zoals de coronapandemie en een krappe arbeidsmarkt”. Voor het jaar 2019 betaalde het bedrijf al een boete aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM), de instantie die toeziet op de naleving van de Postwet. Een hoger beroep loopt nog. Voor de jaren 2021 tot en met 2023 moet de ACM nog een oordeel vellen. Onduidelijk is dus nog of er een boete uitrolt. PostNL is nog bezig met een toezichtrapportage over 2024. Daarin verslechterde de bezorgkwaliteit ten opzichte van het voorgaande jaar (89 procent) tot 86 procent.

De voorziening is inmiddels van een dusdanige omvang dat controlerend accountant KPMG er tijdens de jaarrekeningcontrole niet meer omheen kan en er bijzondere aandacht voor had. In zijn controleverklaring duikt deze voorziening voor het eerst op als een kernpunt van de controle. Zeg maar een waarschuwingssignaal dat sprake is van een materiële kwestie waarvoor het PostNL-bestuur belangrijke schattingen en aannames moest maken. KPMG heeft die aannames onder andere getoetst door de historische nauwkeurigheid van door het bestuur gemaakte aannames te beoordelen en te kijken naar correspondentie met de toezichthouder.

II       Nieuwe lening
PostNL sleutelde ook aan zijn schuldfinanciering. Het ruilde de ene lening in voor een andere kredietlijn. Een obligatielening van 353 miljoen euro is afgelost en dat werd grotendeels geherfinancierd door uitgifte van een nieuwe zevenjarige obligatielening van 297 miljoen. PostNL betaalt hierover een rente van 4,75 procent. Maar als het PostNL niet lukt om in 2030 één of meer van drie targets op het gebied van duurzaamheid te halen, moet het eenmalig 100 basispunten extra (step up) betalen.

De schuldpositie van PostNL is nog niet direct zorgwekkend. De nettoschuld van PostNL, rekening houdend met leaseverplichtingen, bleef nagenoeg onveranderd op 474 miljoen euro. De schuldratio die deze nettoschuld afzet tegen het aangepaste bedrijfsresultaat (ebitda) verslechterde overigens wel tot 1,95. Dat is maar nipt onder de eigen doelstelling van 2. Behalve een positief eigen vermogen geldt voor het dividend ook de voorwaarde dat de schuldratio niet boven de 2 mag uitkomen. Als de financiële resultaten onder druk blijven en de operationele kasstroom verder daalt, kan het verhoudingsgetal verder de verkeerde kant op bewegen. Een kleine meevaller is dat PostNL niet aan vastgelegde convenanten hoeft te voldoen, bijvoorbeeld voor wat betreft de solvabiliteit, rentedekking of schuldratio.

III       Plotselinge afwaardering
Uit de kleine lettertjes in de jaarrekening blijkt ook dat PostNL een afwaardering heeft genomen van vier miljoen euro op een minderheidsbelang. Dit had betrekking op het aandelenbelang in Fintech Foundry, eigenaar van de mobiele kortingsapplicatie OK die vorig jaar failliet ging. Deze afboeking kwam op een opvallend moment. In 2023 fourneerde PostNL nog drie miljoen euro voor de uitbreiding van zijn aandelenbelang. Het gaat om kleine bedragen, maar het zet wel vraagtekens bij de wijze waarop het bestuur met kapitaalallocatie omgaat.

 



VEB-lidmaatschap
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken.
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap