Nederlandse beursfondsen presenteren over het algemeen verrassend sterke cijfers over het eerste kwartaal. De beurs reageert bescheiden. VEB-econoom Jasper Jansen legt uit.
Jasper, deze en vorige week presenteert het gros van de bedrijven zijn cijfers over het eerste kwartaal. Wat is je indruk tot nu toe?
Het gros van de bedrijven komt met sterke cijfers. Winsten zijn hoger dan in dezelfde periode vorig jaar, hoewel dat niet zo’n verrassing is. Begin 2009 waren de gevolgen van de kredietcrisis en bijkomende recessie sterk voelbaar. Maar ook de omzetten van een flink aantal beursfondsen trekt aardig aan.
Welke reden kun je daar voor geven?
Ieder bedrijf heeft zijn eigen dynamiek natuurlijk. Evident is wel dat bedrijven met een flinke markt in Azië het goed doen. Denk aan DSM, Unilever en AkzoNobel. In opkomende markten daar, maar ook in bijvoorbeeld Brazilië zie je dat de economische groei gewoon gestaag door zet, terwijl het herstel in vooral Europa vrij langzaam gaat.
Tot grote uitslagen leidt dat niet op de beurzen, zo lijkt het.
Nou, toch wel. Voor echte verrassingen krijgen beleggers de handen wel degelijk op elkaar. Denk aan TomTom dat winst boekte waar verlies verwacht werd. Na dat nieuws steeg de koers met een procent of zeven. Bij een aantal andere bedrijven is het effect minder en dat komt vooral op het conto van de problemen rond Griekenland. Beleggers willen duidelijkheid over de hulp aan Griekenland. In principe hoeven de miljarden pas in de tweede helft van mei richting Athene te stromen, want dan moet Griekenland een deel van de bestaande schulden opnieuw financieren. Maar beleggers hebben zoveel geduld niet. Ze willen een einde aan de politieke onduidelijkheid. Actie lijkt nu vereist.
Meer video interviews