Mijn vorige column deed nogal wat stof opwaaien, gezien het recordaantal overwegend zeer negatieve reacties. Sloeg ik de plank compleet mis door een opruiend verhaal te produceren vol klinkklare nonsens? Of werd de vinger meedogenloos door de pijnlijke plek heen gedrukt?
Ik pleitte voor een drastische verhoging van de pensioenleeftijd naar 75 jaar, aangezien structurele maatregelen essentieel zijn om de lange-termijn gezondheid van de Nederlandse economie veilig te stellen.
Een sterke economie is overigens een voorwaarde om de kosten van onze - in internationaal opzicht - bijzonder ruimhartige welvaartsstaat enigszins te kunnen blijven dragen. Andere structurele maatregelen doen daarbij evenzeer pijn, terwijl de meeste andere bezuinigingen de economische neergang op korte termijn zullen versterken.
Veel woedende reacties gingen over de zware beroepen. Als dit aantal representatief is, moet je welhaast concluderen dat de meeste Nederlanders een carrière als mijnwerker achter de rug hebben, of voor de boeg hebben. In ieder geval is hun huidige werkzame leven even ondraaglijk.
Mijn betoog voor de hogere pensioenleeftijd had echter enkele nuances. Onder meer dat mensen met zware lichamelijke beroepen na bijvoorbeeld “reeds” 40 dienstjaren volledig toegang krijgen tot de AOW.
Een bouwvakker die met 15 jaar is begonnen, zal met 55 volledig zijn versleten. Ook indien in de tussenliggende jaren niet zwart is bijgeklust. Mensen met dit soort zware beroepen verdienen coulance van de samenleving, onder voorwaarde dat de samenleving dit kan trekken natuurlijk.
Een tweede nuance was dat veel ouderen nu niet aantrekkelijk zijn voor werkgevers. Een verhoging van de pensioenleeftijd is dan zinloos. Derhalve zal ons op senioriteit gebaseerde loonsysteem op de schop moeten.
Een trapsgewijze verlaging van het uurloon is essentieel, om meer werknemers op oudere leeftijd concurrerend te krijgen. Dit geldt natuurlijk niet voor ouderen die dankzij kennis, ervaring, mentaliteit en gestel juist productiever en waardevoller zijn dan jongeren.
Een laatste nuance was dat de meeste ouderen vaak bewust een stapje terug willen doen. Mijn voorstel ging daarom uit van een geleidelijke verlaging van de werkweek naarmate iemand ouder wordt, feitelijk een stapsgewijze pensionering.
Daarnaast kunnen mensen proberen om in hun arbeidsproductieve jaren zuiniger te leven, om met de besparingen in enkele decennia meer vermogen op te bouwen. Hiermee kan je vrijwillig - en op eigen kosten - toch eerder stoppen met werken.
Dank voor alle reacties, waarbij ik vooral smakelijk kon lachen over de vlotte reïncarnatie van Kim Jong-Il; hoewel hij slechts tot mijn middel reikt, zijn onze kapsels minder verschillend dan ik zou willen. Of de aankondiging van een trouwe fan die met een honkbalknuppel flink op mijn bakkes zou rammen. Helaas had ik geen toegang tot de minder genuanceerde reacties, die terstond door de redactie van Z24 waren verwijderd.
Het is zeer begrijpelijk waarom de meeste lezers het oneens zijn met mijn voorstel. Jammer, maar er zijn geen pijnloze maatregelen denkbaar bij de structurele uitdagingen die ons wachten. Of deze volgens de huidige Nederlandse maatstaven moreel of eerlijk zijn, zal uiteindelijk geen relevantie hebben. Het leven is hard, maar voor de meeste wereldburgers vele malen harder. Zoals (heel) vroeger in Nederland trouwens.
Ik kan geen rationele redenen ontdekken om de vorige column te ontkrachten. Akkoord, maak er maar 74 jaar van en voer het in stappen in. Wel concludeer ik dat de eerste politicus die de pensioenleeftijd fors wil verhogen, persoonsbeveiliging moet inschakelen.
Mensen, alleen dromers geloven dat de pensioenleeftijd blijft hangen op 67. De jongeren van nu zullen pas ver na hun zeventigste AOW ontvangen. Of ze zullen helemaal geen AOW meer krijgen.
Meer columns Errol Keyner