In één opzicht is de val van het kabinet het afgelopen weekend goed nieuws. De crisis geeft het Catshuis eindelijk de relevantie die de ambtswoning van de minister-president toekomt. Het Haagse onderkomen van onze regeringsleider kan als nationaal symbool niet in de schaduw staan van Downingstreet 10 of het Parijse Elysée.
Tot dit weekend was de polonaise van het kabinet-Den Uyl met de vicewereldkampioenen van 1974 de meest memorabele gebeurtenis op het Catshuis. Zelfs de notoir kleinbehuisde huidige premier verkiest zijn vrijgezellenflat boven zijn officiële onderkomen (hoewel „Zal ik jou het Catshuis eens laten zien?” toch geen gekke openingszin is).
Maar buiten de huismeester van het Catshuis heerst er vooral irritatie over de val van Rutte 1: het leidt op een ongelukkig moment tot politieke onzekerheid, broodnodige bezuinigingen en hervormingen worden mogelijk op de lange baan geschoven en de Nederlandse staat verliest als gevolg van dit alles waarschijnlijk de kostbare AAA-status.
En dit bezorgt ons gezamenlijk voor miljarden extra rentelasten – waardoor er weer meer moet worden bezuinigd, enzovoort.
Drie vragen over de huidige crisis. Allereerst: zijn verkiezingen werkelijk nodig? De Tweede Kamer heeft een redelijk vers mandaat – nog geen twee jaar oud. Waarom benoemt de Koningin niet gewoon een informateur om te kijken of met de huidige fracties geen zaken zijn te doen?
De poging die in de zomer van 2010 is gedaan om ’Paars plus’ te formeren, slaagde indertijd op een haar na. En deze of andere combinaties van middenpartijen (eigenlijk het hele spectrum tussen de SP en PVV in) zou nu geloofwaardig kunnen zeggen: Wilders heeft zijn kans gehad, de omstandigheden vragen om een ’nationaal kabinet’.
Nu VVD en CDA in het Catshuis al hebben laten zien dat er over de hypotheekrenteaftrek valt te praten, is dit met wat politieke wil haalbaar, zou je zeggen.
Goed, als er dan toch verkiezingen moeten komen, waarom dan niet zo snel mogelijk? Een groot deel van de Kamer wil de verkiezingen over de zomer tillen naar september. Dat betekent dat je een grote kans loopt dat je een jaar kwijt bent voordat er weer kan worden geregeerd. Dat is zonde en niet nodig.
Een redelijk georganiseerd land moet toch in twee maanden verkiezingen kunnen organiseren? Dat betekent dat we in juni naar de stembus kunnen, dat er in de zomer geformeerd kan worden en dat er op Prinsjesdag een nieuw kabinet kan staan.
De partijprogramma’s schrijven zich vanzelf. De VVD en het CDA kunnen hun ’onderhandelingsresultaat’ aan de kiezers voorleggen. De oppositiepartijen hun alternatieven. Wie er uiteindelijk ook het Nederlandse beleid in Brussel moet gaan uitleggen – hij of zij doet dat met een glashelder democratisch mandaat. Hoe ziet een nieuw kabinet er uit?
Daar waag ik me niet aan. Wel durf ik de gok aan dat Mark Rutte nog niet is uitgespeeld als premier. Nu de PVV het kabinet heeft laten vallen op linkse thema’s, ligt de rechterflank van de VVD vrij.
Dit, gecombineerd met de premierbonus voor de populaire Rutte, geeft hem een kans het Catshuis nog een paar jaar tot zijn beschikking te houden. Waar dan ook voor.
Meer columns van Jan Maarten Slagter