Contingency planning, ofwel: wat doe je als de nood aan de man komt? En noden zijn er genoeg dezer dagen. De beer is los en wie krijgt hem terug in z’n Italiaanse kooi? En hoe sluiten we al die enge speculanten samen op?
Ik vrees dat het niet zal lukken: juist de contingency planning bij pensioenfondsen en verzekeraars maakt het wellicht onmogelijk. Stel, je beheert samen een paar triljoen euro in Europa en je zit in een keurig kantoorgebouw in Frankfurt, Londen of Amsterdam. De pleuris is weer eens uitgebroken en nu zelfs in een deel van je portefeuille waar je je tot dusver redelijk veilig voelde.
Je hebt bakken met Italiaans en Spaans staatspapier en de verliezen stapelen zich op. Bovendien heb je al flinke brokken gemaakt met je kleinere posities in Griekenland, Portugal en Ierland.
Dan volgt de vergadering van het Contingency Committee: men besluit de benchmark voor obligaties uit de eurozone aan te passen tot de landen van Noord-Europa: Duitsland, Oostenrijk en Nederland.
Ook de maximale wegingen in België en Frankrijk worden stevig ingeperkt: je weet maar nooit. Oost west thuis best wordt het nieuwe adagium: waarom zou je zoveel risico’s met je carrière nemen? Bovendien staat daar ook nog een strenge toezichthouder op je te wachten. Nee, dank je wel.
Vervolgens wordt het zoveelste reddingsplan aangekondigd: hoezee, nu zou iedereen toch wel Zuid-Europese staatsobligaties moeten kopen, roepen de Europese ministers van Financiën en de ECB in koor (anders moeten ze het zelf doen).
Vervolgens gebeurt er bitter weinig en politici en beleidsmakers beklagen zich over het gebrek aan “vertrouwen” bij marktdeelnemers. Precies, dat kwam te voet en vertrok te paard. En inmiddels is de periferie verboden terrein geworden voor vele beleggers.
Dankzij de contingency planning die dezer dagen bij menig pensioenfonds in werking lijkt te treden. Daarbij raken we de kern van het probleem: het is niet primair de taak van onze institutionele beleggers om de euro te redden.
Natuurlijk niet, ze moeten zorgen voor onze oude dag en de euro hebben ze zelf niet uitgevonden. Dat was het ideaal van onze ministers van Buitenlandse Zaken destijds en van sommige centrale bankiers. Economen en beleggers wisten en weten vaak wel beter. En doen aan contingency planning.
Centrale bankiers en politici hebben daaraan nauwelijks gedacht. Er is nooit een plan B voor de euro gemaakt. Al verscheen er een paar maanden terug wel een anoniem verhaal door beleidsmakers in het FD over hoe de euro plaats kan maken voor een noord-euro en wellicht een zuid-euro. Vooralsnog zie ik dat nog steeds als de meest reële vorm van contingency planning.
Meer columns van Wouter Weijand