Het wordt eindelijk lente. De dagen worden langer, de krokussen schieten uit de grond en in de boardrooms van bedrijven worstelen bestuurders met de vraag:keren wij nog dividend uit en zo ja, in welke vorm? Tot voor kort had het dividendvoorstel veel weg van een hamerstuk. Men neme 30 à 40 procent van de nettowinst van het voorgaande jaar en dat wordt voor uitkering ter beschikking gesteld aan de aandeelhoudersvergadering.
Een variant was het keuzedividend: in plaats van de contante uitkering kunnen aandeelhouders desgewenst opteren voor een betaling in aandelen die qua omvang overeenkomt met de waarde van het contante dividend. Dit leidde dan tot een geringe verwatering van de winst per aandeel, die echter acceptabel was omdat het langetermijnperspectief – een ten minste stabiele en liefst stijgende winst per aandeel – er niet door in gevaar kwam. Hoe anders is de situatie in de huidige kredietcrisis. Het traditionele dividendvoorstel voldoet niet meer aan de prioriteiten van de beleidsbepalers. Als wordt gkozen de normale 30 à 40 procent uit te keren over 2008 (dit voorjaar betaalbaar), is nu reeds in de meeste gevallen zonneklaar dat dit dividend over twaalf maanden niet kan worden gehandhaafd. Daarvoor staat de winstgevendheid te sterk onder druk en is de prioriteit bij de meeste ondernemingen verlegd van winstmaximalisatie naar balansoptimalisatie.
Cash is king en vanuit die fi losofi e is het inhouden van winst een groter goed dan het uitkeren van een genereus dividend. Om beleggers niet van zich te vervreemden, grijpen Nederlandse ondernemingen steeds vaker naar het lapmiddel van het keuzedividend en zelfs naar dat van de eenzijdige uitkering in aandelen. Na de koersval van de afgelopen twaalf maanden is de potentiële verwatering van de winst per aandeel echter veel groter dan voorheen. Bovendien moet straks de lagere winst over 2009 worden verdeeld over het grotere aantal uitgegeven aandelen. Als voorbeeld noem ik Aalberts Industries. Eind februari kondigde Aalberts een keuzedividend aan van 0,28 euro per aandeel. Dit was een daling van 13 procent ten opzichte van het dividend over 2007 van 0,32 euro, maar feitelijk een verhoging van de pay-out, omdat de nettowinst per aandeel vorig jaar met 19 procent afnam.
Het addertje onder het gras schuilt in de nu veel lagere koers van het aandeel Aalberts ten opzichte van twaalf maanden geleden. De 0,32 euro werd uitgekeerd bij een beurskoers van
circa 14 euro, hetgeen overeenkwam met een potentiële verwatering van 2,3 procent. Op de huidige beurskoers van 3,65 euro geeft 0,28 euro per aandeel echter een maximale verwatering van 7,7 procent. Dit percentage staat beslist op gespannen voet met een andere doelstelling van Aalberts: een stabiele stijging van de winst per aandeel. Bovendien kan worden geconstateerd dat Aalberts bij het uitvoeren van het dividendvoorstel feitelijk aandelen emitteert op een koers die ruim een derde onder de zichtbare intrinsieke waarde per aandeel ligt (€ 5,58 per ultimo 2008). Kortom, dit dividendvoorstel lijkt niet in het belang van stakeholders Aalberts Industries te zijn. Alleen een contante uitkering is beter op zijn plaats. Een toekomstig winstherstel wordt zo niet op voorhand gefrustreerd door een overmatige aandelenemissie op een koersdieptepunt.
Meer columns van Willem Burgers