Europa is overal. Alsof ze al niet genoeg zaken om handen heeft, meent de EU zich ook druk te moeten maken over het geringe aantal vrouwen dat fungeert als bestuurder bij grote bedrijven. Slechts twaalf procent van de bestuurders en commissarissen in de EU is vrouw. Brussel wil minimaal veertig procent.
De vraag is welk probleem Brussel wil oplossen. Wanneer topbestuurders een weerspiegeling moeten zijn van de samenleving, is het een kwestie van tijd alvorens we ook een quotum voor homo’s tegemoet kunnen zien. Veel zinvoller is om de top het resultaat te laten zijn van een bikkelharde, maar eerlijke, strijd op basis van kwaliteit en inzet.
Ieder redelijk mens zal het bestaan van een “old boys network” afkeuren, tenzij je er zelf toe behoort. De old boys schuiven elkander met graagte leuke en goedbetaalde posities aan de top door. Dit geldt vooral voor lucratieve bijbaantjes, zoals toezichthoudende commissarissen bij beursgenoteerde bedrijven.
Deze “ons kent ons” mentaliteit doet denken aan een ver verleden, toen koningen en edelen het land verdeelden. Een markant overblijfsel is zelfs in sommige ontwikkelde landen nog zichtbaar in de vorm van monarchieën, die rationeel gezien passen in een omgeving waar ridders te paard vuurspuwende draken bestrijden. Inmiddels leven we in een tijd waar kunde en inzet bepalend zijn. Correctie: zouden moeten zijn.
Helaas zet bijna de helft van de bevolking zichzelf buitenspel. Uiterlijk wanneer de hormonen meedogenloos toeslaan, besluiten anno 2012 de meeste vrouwen nog steeds dat gezin boven carrière gaat. Na de succesvolle voortplanting wordt veelal op vegetatief niveau nog bijgeklust, liefst parttime en met weinig stress. Met veel vrije dagen.
De resterende werkdagen natuurlijk flexibel. Stiekem voelen veel vrouwen zich dus meer aangetrokken tot wieg en aanrecht, dan te worden verleid door een slopend bestaan als werkslaaf tegen hogere betaling en kansen op promotie.
Een zeer kleine minderheid van de vrouwen maakt andere keuzes. Zij zijn bereid om zonder noemenswaardige onderbreking jarenlang minimaal zestig uur per week te werken aan hun carrière. En keihard de concurrentie aan te gaan met de veel grotere groep mannelijke collega’s met ambities.
In dat opzicht scoren vrouwen met twaalf procent van de topposities zelfs veel beter dan je zou mogen verwachten. Sterker, we moeten uitkijken dat we via een quotum geen “old girls network” stimuleren, waar een klein groepje capabele vrouwen nog meer wordt overladen met nevenfuncties dan de boys.
De ware slachtoffers van het old boys network zijn derhalve niet de vrouwen, maar de mannen buiten de gevestigde kring. Zij zijn geen familie, golfvriendje of buurman van de oude garde.
In plaats van een minimum quotum voor vrouwen aan de top, is het effectiever om een maximum quotum voor old boys vast te stellen. Indien er een maximum van twee betaalde commissariaten zou zijn, hebben ook kandidaten buiten het eigen nest een kans.
Bij veel beursschandalen delft de bestuursvoorzitter het onderspit. Minder terecht is dat de commissarissen dan vaak blijven zitten, terwijl zij jarenlang slecht toezicht hebben gehouden. Het belang van een stevige commissaris kan niet worden overschat.
Een commissaris bezet dan wel een nevenfunctie, maar niet een waar je bij achterover kunt leunen. Een commissaris lijkt een alleskunner: kritisch, denkt strategisch, legt verbanden, is rekenvaardig en heeft meestal een ruime ervaring in uitvoerende bestuurlijke posities.
Naast het natuurlijk aangeboren kritisch vermogen, beweren vrouwen meer te bieden, zoals empathie en de bewezen vaardigheid om meerdere taken tegelijkertijd uit te oefenen. Of die taken relevant zijn voor hoge posities, is geen uitgemaakte zaak. Dat ook aan de empathie grenzen zijn, zal eenieder beamen die ooit een groep vrouwen langdurig met elkaar heeft zien werken.
\
Nee, het enige wat telt is wat je kunt en doet, niet of je vrouw of man bent, of welke voor(oor)delen worden toebedeeld aan je sekse.
Vrouwen, vergeet daarom het glazen plafond, want “the sky is the limit” zodra het old boys network is doorbroken. Deze kansen moeten en zullen gelijk zijn voor iedereen met dezelfde kwaliteiten. Dit zullen echter vooral mannen zijn zolang veel vrouwen met potentieel hun carrière niet heilig verklaren.
Mannen, laten we ook niet te veel energie verspillen in het debat, want er rest één sterk argument voor een minimum quotum voor vrouwen in topposities. Ook indien het bestuur en toezicht op beursgenoteerde bedrijven daarmee niet verbetert, zijn we wel eindelijk van het gezeur af.
Meer columns van Errol Keyner